Söktermen avleda har 20 resultat
SV Svenska NL Holländska
avleda (v) [böja av]
  • avledd
verstrooien (v) [böja av]
  • verstrooid
  • verstrooien
  • verstrooit
  • verstrooiden
  • verstrooide
avleda (v adj) [to divert]
  • avledd
wegdraaien (v adj) [to divert]
  • weggedraaid
  • draaien weg
  • draait weg
  • draaiden weg
  • draaide weg
avleda (v) [omdirigera]
  • avledd
verleggen (v) [omdirigera]
  • verlegd
  • verleggen
  • verlegt
  • verlegden
  • verlegde
avleda (v) [distrahera]
  • avledd
verleggen (v) [distrahera]
  • verlegd
  • verleggen
  • verlegt
  • verlegden
  • verlegde
avleda (v) [böja av]
  • avledd
verleggen (v) [böja av]
  • verlegd
  • verleggen
  • verlegt
  • verlegden
  • verlegde
SV Svenska NL Holländska
avleda (v) [omdirigera]
  • avledd
omleiden (v) [omdirigera]
  • omgeleid
  • leiden om
  • leidt om
  • leidden om
  • leidde om
avleda (v) [distrahera]
  • avledd
omleiden (v) [distrahera]
  • omgeleid
  • leiden om
  • leidt om
  • leidden om
  • leidde om
avleda (v) [böja av]
  • avledd
omleiden (v) [böja av]
  • omgeleid
  • leiden om
  • leidt om
  • leidden om
  • leidde om
avleda (v) [omdirigera]
  • avledd
verstrooien (v) [omdirigera]
  • verstrooid
  • verstrooien
  • verstrooit
  • verstrooiden
  • verstrooide
avleda (v) [distrahera]
  • avledd
verstrooien (v) [distrahera]
  • verstrooid
  • verstrooien
  • verstrooit
  • verstrooiden
  • verstrooide
avleda (v) [böja av]
  • avledd
afbuigen (v) [böja av]
  • afgebogen
  • buigt af
  • buigen af
  • boog af
  • bogen af
avleda (v) [omdirigera]
  • avledd
afleiden (v) [omdirigera]
  • afgeleid
  • leiden af
  • leidt af
  • leidden af
  • leidde af
avleda (v) [obtain (something) from something else]
  • avledd
afleiden (v) [obtain (something) from something else]
  • afgeleid
  • leiden af
  • leidt af
  • leidden af
  • leidde af
avleda (v) [distrahera]
  • avledd
afleiden (v) [distrahera]
  • afgeleid
  • leiden af
  • leidt af
  • leidden af
  • leidde af
avleda (v) [böja av]
  • avledd
afleiden (v) [böja av]
  • afgeleid
  • leiden af
  • leidt af
  • leidden af
  • leidde af
avleda (v) [omdirigera]
  • avledd
afwijken (v) [omdirigera]
  • afgeweken
  • wijken af
  • wijkt af
  • week af
  • weken af
avleda (v) [distrahera]
  • avledd
afwijken (v) [distrahera]
  • afgeweken
  • wijken af
  • wijkt af
  • week af
  • weken af
avleda (v) [böja av]
  • avledd
afwijken (v) [böja av]
  • afgeweken
  • wijken af
  • wijkt af
  • week af
  • weken af
avleda (v) [omdirigera]
  • avledd
afbuigen (v) [omdirigera]
  • afgebogen
  • buigt af
  • buigen af
  • boog af
  • bogen af
avleda (v) [distrahera]
  • avledd
afbuigen (v) [distrahera]
  • afgebogen
  • buigt af
  • buigen af
  • boog af
  • bogen af
SV Synonymer för avleda NL Översättningar
avvända [distrahera] avert (formal)
distrahera [förströ] distract
extrahera [leda upphovet till] extract
konkludera [leda upphovet till] wind up
deducera [leda upphovet till] deduce
sluta sig till [leda upphovet till] infer
härleda [leda upphovet till] deduce