Söktermen een inspanning doen har 3 resultat
Hoppa till
NL Holländska SV Svenska
een inspanning doen (v) [inspanning] anstränga sig (v) [inspanning]
een inspanning doen (v) [inspanning] sträva (v) [inspanning]
een inspanning doen (v) [inspanning] bemöda sig (v) [inspanning]

NL SV Översättningar för een

een (n v) [to pay a compliment; to express a favorable opinion] {m} komplimentera (n v) [to pay a compliment; to express a favorable opinion]
een (a) [algemeen] {m} något (a) [algemeen]
een (a) [hoofdtelwoord] {m} något (a) [hoofdtelwoord]
een (a) [onbepaald bijvoeglijk naamwoord] {m} något (a) [onbepaald bijvoeglijk naamwoord]
een (n v) [to bathe using a shower] {m} duscha (n v) [to bathe using a shower]
een (a) [algemeen] {m} en (a) [algemeen]
een (a) [hoofdtelwoord] {m} en (a) [hoofdtelwoord]
een (o) [hoofdtelwoord] {m} en (o) [hoofdtelwoord]
een (conj n prep) [indefinite article] {m} en (conj n prep) [indefinite article]
een (a) [onbepaald bijvoeglijk naamwoord] {m} en (a) [onbepaald bijvoeglijk naamwoord]

NL SV Översättningar för inspanning

inspanning (n v) [a sincere attempt] {f} sträva (n v) [a sincere attempt]
inspanning (n) [poging] {f} strävan (n) [poging] (u (invariable))
inspanning (n) [the action of exerting] {f} ansträngning (n) [the action of exerting] (u)
inspanning (n v) [the amount of work involved in achieving something] {f} ansträngning (n v) [the amount of work involved in achieving something] (u)
inspanning (n) [algemeen] {f} bemödande (n) {n} [algemeen]
inspanning (n) [fysische activiteit] {f} bemödande (n) {n} [fysische activiteit]
inspanning (n) [poging] {f} bemödande (n) {n} [poging]
inspanning (n v) [the amount of work involved in achieving something] {f} insats (n v) [the amount of work involved in achieving something] (u)
inspanning (n) [poging] {f} försök (n) {n} [poging]

NL SV Översättningar för doen

doen (n adj v) [to decay]
  • gedaan
  • doet
  • doen
  • deed
  • deden
förfalla (n adj v) [to decay]
  • förfallen
doen (v) [to make one suppose]
  • gedaan
  • doet
  • doen
  • deed
  • deden
antyda (v) [to make one suppose]
  • antydd
doen (v n) [cause to do]
  • gedaan
  • doet
  • doen
  • deed
  • deden
(v n) [cause to do]
  • fången
doen (v) [aktie]
  • gedaan
  • doet
  • doen
  • deed
  • deden
ta (v) [aktie]
  • tagen
doen (v) [aktie]
  • gedaan
  • doet
  • doen
  • deed
  • deden
handla (v) [aktie]
  • handlad
doen (v) [handelen]
  • gedaan
  • doet
  • doen
  • deed
  • deden
handla (v) [handelen]
  • handlad
doen (v) [aktie]
  • gedaan
  • doet
  • doen
  • deed
  • deden
göra (v) [aktie]
  • gjord
doen (v) [handelen]
  • gedaan
  • doet
  • doen
  • deed
  • deden
göra (v) [handelen]
  • gjord