Söktermen ordna har 47 resultat
SV Svenska NL Holländska
ordna (v) [ordnande]
  • ordnad
klasseren (v) [ordnande]
  • geklasseerd
  • klasseert
  • klasseren
  • klasseerde
  • klasseerden
ordna (v) [rengöring]
  • ordnad
leegmaken (v) {n} [rengöring]
  • leeggemaakt
  • maakt leeg
  • maken leeg
  • maakte leeg
  • maakten leeg
ordna (v) [klassifikation] in orde brengen (v) [klassifikation]
ordna (v) [matematik] in orde brengen (v) [matematik]
ordna (v) [problem] in orde brengen (v) [problem]
SV Svenska NL Holländska
ordna (v) [rengöring] in orde brengen (v) [rengöring]
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
classificeren (v) [klassifikation]
  • geclassificeerd
  • classificeert
  • classificeren
  • classificeerde
  • classificeerden
ordna (v) [matematik]
  • ordnad
classificeren (v) [matematik]
  • geclassificeerd
  • classificeert
  • classificeren
  • classificeerde
  • classificeerden
ordna (v) [ordnande]
  • ordnad
classificeren (v) [ordnande]
  • geclassificeerd
  • classificeert
  • classificeren
  • classificeerde
  • classificeerden
ordna (v) [rengöring]
  • ordnad
classificeren (v) [rengöring]
  • geclassificeerd
  • classificeert
  • classificeren
  • classificeerde
  • classificeerden
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
klasseren (v) [klassifikation]
  • geklasseerd
  • klasseert
  • klasseren
  • klasseerde
  • klasseerden
ordna (v) [matematik]
  • ordnad
klasseren (v) [matematik]
  • geklasseerd
  • klasseert
  • klasseren
  • klasseerde
  • klasseerden
ordna (v) [rengöring]
  • ordnad
schoonmaken (v) {n} [rengöring]
  • schoongemaakt
  • maakt schoon
  • maken schoon
  • maakte schoon
  • maakten schoon
ordna (v) [rengöring]
  • ordnad
klasseren (v) [rengöring]
  • geklasseerd
  • klasseert
  • klasseren
  • klasseerde
  • klasseerden
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
verdelen (v) [klassifikation]
  • verdeeld
  • verdeelt
  • verdelen
  • verdeelde
  • verdeelden
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
indelen (v) [klassifikation]
  • ingedeeld
  • deelt in
  • delen in
  • deelde in
  • deelden in
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
groeperen (v) [klassifikation]
  • gegroepeerd
  • groepeert
  • groeperen
  • groepeerde
  • groepeerden
ordna (v) [ordnande]
  • ordnad
groeperen (v) [ordnande]
  • gegroepeerd
  • groepeert
  • groeperen
  • groepeerde
  • groepeerden
ordna (v) [justera]
  • ordnad
afstellen (v) [justera]
  • afgesteld
  • stelt af
  • stellen af
  • stelde af
  • stelden af
ordna (v) [justera]
  • ordnad
bijstellen (v) {n} [justera]
  • bijgesteld
  • stelt bij
  • stellen bij
  • stelde bij
  • stelden bij
ordna (v) [justera]
  • ordnad
instellen (v) [justera]
  • ingesteld
  • stelt in
  • stellen in
  • stelde in
  • stelden in
ordna (v) [justera] juist stellen (v) [justera]
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
assorteren (v) [klassifikation]
  • geassorteerd
  • assorteert
  • assorteren
  • assorteerde
  • assorteerden
ordna (v) [problem]
  • ordnad
beredderen (v) [problem]
  • beredderd
  • bereddert
  • beredderen
  • beredderde
  • beredderden
ordna (v) [ordnande]
  • ordnad
rangschikken (v) [ordnande]
  • gerangschikt
  • rangschikt
  • rangschikken
  • rangschikte
  • rangschikten
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
schikken (v) [klassifikation]
  • geschikt
  • schikt
  • schikken
  • schikte
  • schikten
ordna (v) [matematik]
  • ordnad
schikken (v) [matematik]
  • geschikt
  • schikt
  • schikken
  • schikte
  • schikten
ordna (v) [ordnande]
  • ordnad
schikken (v) [ordnande]
  • geschikt
  • schikt
  • schikken
  • schikte
  • schikten
ordna (v) [rengöring]
  • ordnad
schikken (v) [rengöring]
  • geschikt
  • schikt
  • schikken
  • schikte
  • schikten
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
ordenen (v) [klassifikation]
  • geördend
  • ordent
  • ordenen
  • ordende
  • ordenden
ordna (v) [matematik]
  • ordnad
ordenen (v) [matematik]
  • geördend
  • ordent
  • ordenen
  • ordende
  • ordenden
ordna (v) [ordnande]
  • ordnad
ordenen (v) [ordnande]
  • geördend
  • ordent
  • ordenen
  • ordende
  • ordenden
ordna (v) [rengöring]
  • ordnad
ordenen (v) [rengöring]
  • geördend
  • ordent
  • ordenen
  • ordende
  • ordenden
ordna (n v) [arrange in order]
  • ordnad
rangschikken (n v) [arrange in order]
  • gerangschikt
  • rangschikt
  • rangschikken
  • rangschikte
  • rangschikten
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
rangschikken (v) [klassifikation]
  • gerangschikt
  • rangschikt
  • rangschikken
  • rangschikte
  • rangschikten
ordna (v) [matematik]
  • ordnad
rangschikken (v) [matematik]
  • gerangschikt
  • rangschikt
  • rangschikken
  • rangschikte
  • rangschikten
ordna (v) [problem]
  • ordnad
afwikkelen (v) [problem]
  • afgewikkeld
  • wikkelt af
  • wikkelen af
  • wikkelde af
  • wikkelden af
ordna (v) [rengöring]
  • ordnad
rangschikken (v) [rengöring]
  • gerangschikt
  • rangschikt
  • rangschikken
  • rangschikte
  • rangschikten
ordna (v) [gärning]
  • ordnad
klaarspelen (v) [gärning]
  • klaargespeeld
  • speelt klaar
  • spelen klaar
  • speelde klaar
  • speelden klaar
ordna (v) [gärning] voor elkaar brengen (v) [gärning]
ordna (v) [gärning] voor elkaar krijgen (v) [gärning]
ordna (v) [justera]
  • ordnad
regelen (v) [justera]
  • geregeld
  • regelt
  • regelen
  • regelde
  • regelden
ordna (v) [problem]
  • ordnad
ophelderen (v) [problem]
  • opgehelderd
  • heldert op
  • helderen op
  • helderde op
  • helderden op
ordna (v) [problem]
  • ordnad
oplossen (v) [problem]
  • opgelost
  • lost op
  • lossen op
  • loste op
  • losten op
ordna (v) [klassifikation]
  • ordnad
opruimen (v) [klassifikation]
  • opgeruimd
  • ruimt op
  • ruimen op
  • ruimde op
  • ruimden op
ordna (v) [matematik]
  • ordnad
opruimen (v) [matematik]
  • opgeruimd
  • ruimt op
  • ruimen op
  • ruimde op
  • ruimden op
ordna (v) [rengöring]
  • ordnad
opruimen (v) [rengöring]
  • opgeruimd
  • ruimt op
  • ruimen op
  • ruimde op
  • ruimden op