Söktermen insluiten har 90 resultat
NL Holländska SV Svenska
insluiten (v) [omringen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omge (v) [omringen]
  • omgiven
insluiten (v) [mogelijkheid] {n} stänga in (v) [mogelijkheid]
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n} stänga in (v) [met zich meebrengen]
insluiten (v) [algemeen] {n} stänga in (v) [algemeen]
insluiten (v) [opsluiten] {n} låsa in (v) [opsluiten]
NL Holländska SV Svenska
insluiten (v) [omvatten] {n} låsa in (v) [omvatten]
insluiten (v) [omheining] {n} låsa in (v) [omheining]
insluiten (v) [mogelijkheid] {n} låsa in (v) [mogelijkheid]
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n} låsa in (v) [met zich meebrengen]
insluiten (v) [algemeen] {n} låsa in (v) [algemeen]
insluiten (v) [vijand] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omge (v) [vijand]
  • omgiven
insluiten (v n) [to encircle something or simultaneously extend in all directions] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omge (v n) [to encircle something or simultaneously extend in all directions]
  • omgiven
insluiten (v) [omheining] {n} stänga in (v) [omheining]
insluiten (v) [vijand] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inringa (v) [vijand]
  • inringad
insluiten (v) [omringen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inringa (v) [omringen]
  • inringad
insluiten (v) [vijand] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omringa (v) [vijand]
  • omringad
insluiten (v n) [to enclose to prevent escape] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omringa (v n) [to enclose to prevent escape]
  • omringad
insluiten (v) [omringen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omringa (v) [omringen]
  • omringad
insluiten (v) [opsluiten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omgärda (v) [opsluiten]
  • omgärdad
insluiten (v) [omvatten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omgärda (v) [omvatten]
  • omgärdad
insluiten (v) [omheining] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omgärda (v) [omheining]
  • omgärdad
insluiten (v) [mogelijkheid] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omgärda (v) [mogelijkheid]
  • omgärdad
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omgärda (v) [met zich meebrengen]
  • omgärdad
insluiten (v) [mogelijkheid] {n} spärra in (v) [mogelijkheid]
insluiten (n) [algemeen] {n} inbegripande (n) {n} [algemeen]
insluiten (v) [opsluiten] {n} stoppa in (v) [opsluiten]
insluiten (v) [omvatten] {n} stoppa in (v) [omvatten]
insluiten (v) [omheining] {n} stoppa in (v) [omheining]
insluiten (v) [mogelijkheid] {n} stoppa in (v) [mogelijkheid]
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n} stoppa in (v) [met zich meebrengen]
insluiten (v) [algemeen] {n} stoppa in (v) [algemeen]
insluiten (v) [opsluiten] {n} spärra in (v) [opsluiten]
insluiten (v) [omvatten] {n} spärra in (v) [omvatten]
insluiten (v) [omheining] {n} spärra in (v) [omheining]
insluiten (v) [algemeen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omgärda (v) [algemeen]
  • omgärdad
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n} spärra in (v) [met zich meebrengen]
insluiten (v) [algemeen] {n} spärra in (v) [algemeen]
insluiten (v) [opsluiten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innehålla (v) [opsluiten]
  • innehållen
insluiten (v) [omvatten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innehålla (v) [omvatten]
  • innehållen
insluiten (v) [omheining] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innehålla (v) [omheining]
  • innehållen
insluiten (v) [mogelijkheid] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innehålla (v) [mogelijkheid]
  • innehållen
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innehålla (v) [met zich meebrengen]
  • innehållen
insluiten (v) [algemeen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innehålla (v) [algemeen]
  • innehållen
insluiten (v) [opsluiten] {n} stänga in (v) [opsluiten]
insluiten (v) [omvatten] {n} stänga in (v) [omvatten]
insluiten (v) [opsluiten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inbegripa (v) [opsluiten]
  • inbegripen
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
implicera (v) [met zich meebrengen]
  • implicerad
insluiten (v) [algemeen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
implicera (v) [algemeen]
  • implicerad
insluiten (v) [opsluiten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innebära (v) [opsluiten]
  • inneburen
insluiten (v) [omvatten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innebära (v) [omvatten]
  • inneburen
insluiten (v) [omheining] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innebära (v) [omheining]
  • inneburen
insluiten (v) [mogelijkheid] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innebära (v) [mogelijkheid]
  • inneburen
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innebära (v) [met zich meebrengen]
  • inneburen
insluiten (v) [algemeen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innebära (v) [algemeen]
  • inneburen
insluiten (v) [brief] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
införa (v) [brief]
  • införd
insluiten (v) [brief] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
bilägga (v) [brief]
  • bilagd
insluiten (v) [brief] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
bifoga (v) [brief]
  • bifogad
insluiten (v) [mogelijkheid] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
implicera (v) [mogelijkheid]
  • implicerad
insluiten (v) [omvatten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inbegripa (v) [omvatten]
  • inbegripen
insluiten (v) [omheining] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inbegripa (v) [omheining]
  • inbegripen
insluiten (v) [mogelijkheid] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inbegripa (v) [mogelijkheid]
  • inbegripen
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inbegripa (v) [met zich meebrengen]
  • inbegripen
insluiten (v) [algemeen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inbegripa (v) [algemeen]
  • inbegripen
insluiten (v) [opsluiten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
täcka (v) [opsluiten]
  • täckt
insluiten (v) [omvatten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
täcka (v) [omvatten]
  • täckt
insluiten (v) [omheining] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
täcka (v) [omheining]
  • täckt
insluiten (v) [mogelijkheid] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
täcka (v) [mogelijkheid]
  • täckt
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
täcka (v) [met zich meebrengen]
  • täckt
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innefatta (v) [met zich meebrengen]
  • innefattad
insluiten (v) [opsluiten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inhägna (v) [opsluiten]
  • inhägnad
insluiten (v) [omvatten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inhägna (v) [omvatten]
  • inhägnad
insluiten (v) [omheining] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inhägna (v) [omheining]
  • inhägnad
insluiten (v) [mogelijkheid] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inhägna (v) [mogelijkheid]
  • inhägnad
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inhägna (v) [met zich meebrengen]
  • inhägnad
insluiten (v) [algemeen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
inhägna (v) [algemeen]
  • inhägnad
insluiten (v) [opsluiten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innefatta (v) [opsluiten]
  • innefattad
insluiten (v) [omvatten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innefatta (v) [omvatten]
  • innefattad
insluiten (v) [omheining] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innefatta (v) [omheining]
  • innefattad
insluiten (v) [mogelijkheid] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innefatta (v) [mogelijkheid]
  • innefattad
insluiten (v) [algemeen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
täcka (v) [algemeen]
  • täckt
insluiten (v) [algemeen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
innefatta (v) [algemeen]
  • innefattad
insluiten (v) [opsluiten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omfatta (v) [opsluiten]
  • omfattad
insluiten (v) [omvatten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omfatta (v) [omvatten]
  • omfattad
insluiten (v) [omheining] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omfatta (v) [omheining]
  • omfattad
insluiten (v) [mogelijkheid] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omfatta (v) [mogelijkheid]
  • omfattad
insluiten (v) [met zich meebrengen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omfatta (v) [met zich meebrengen]
  • omfattad
insluiten (v) [algemeen] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
omfatta (v) [algemeen]
  • omfattad
insluiten (v) [opsluiten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
implicera (v) [opsluiten]
  • implicerad
insluiten (v) [omvatten] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
implicera (v) [omvatten]
  • implicerad
insluiten (v) [omheining] {n}
  • ingesloten
  • sluit in
  • sluiten in
  • sloot in
  • sloten in
implicera (v) [omheining]
  • implicerad

Holländska Svenska översättingar

NL Synonymer för insluiten SV Översättningar
omringen [omsingelen] n umringen
omsluiten [omsingelen] n umringen
afbakenen [begrenzen] abstecken
afperken [begrenzen] abgrenzen
beperken [begrenzen] beschränken
omsingelen [belegeren] umringen
begrenzen [afbakenen] beschränken