Söktermen aanhouden har 27 resultat
NL Holländska SV Svenska
aanhouden (v) [inspanning] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
fullfölja (v) [inspanning]
  • fullföljd
aanhouden (v) [misdadiger] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
arrestera (v) [misdadiger]
  • arresterad
aanhouden (v) [toespraak] {n} dra ut på (v) [toespraak]
aanhouden (n) [voortduring] {n} fortsättande (n) {n} [voortduring]
aanhouden (v) [inspanning] {n} sätta in alla sina krafter (v) [inspanning]
NL Holländska SV Svenska
aanhouden (v) [misdadiger] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
anhålla (v) [misdadiger]
  • anhållen
aanhouden (v) [inspanning] {n} bita ihop tänderna (v) [inspanning]
aanhouden (v) [algemeen] {n} förbli (v) [algemeen]
aanhouden (v) [misdadiger] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
gripa (v) [misdadiger]
  • gripen
aanhouden (v) [algemeen] {n} vara (v) [algemeen]
aanhouden (v) [toespraak] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
förlänga (v) [toespraak]
  • förlängd
aanhouden (v) [beroep] {n} hålla kvar (v) [beroep]
aanhouden (v) [toespraak] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
förhala (v) [toespraak]
  • förhalad
aanhouden (v) [beroep] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
behålla (v) [beroep]
  • behållen
aanhouden (adv n v) [cause (something) to cease moving] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
stanna (adv n v) [cause (something) to cease moving]
  • stannad
aanhouden (v) [inspanning] {n} gå vidare (v) [inspanning]
aanhouden (v) [inspanning] {n} gå på (v) [inspanning]
aanhouden (v) [inspanning] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
hålla (v) [inspanning]
  • hållen
aanhouden (v) [inspanning] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
upprätthålla (v) [inspanning]
  • upprätthållen
aanhouden (adv n v) [cause (something) to cease moving] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
stoppa (adv n v) [cause (something) to cease moving]
  • stoppad
aanhouden (v) [pijn] {n} hålla i sig (v) [pijn]
aanhouden (v) [intransitief] {n} hålla i sig (v) [intransitief]
aanhouden (v) [weer] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
fortsätta (v) [weer]
  • fortsatt
aanhouden (v) [transitief] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
fortsätta (v) [transitief]
  • fortsatt
aanhouden (v) [pijn] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
fortsätta (v) [pijn]
  • fortsatt
aanhouden (v) [intransitief] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
fortsätta (v) [intransitief]
  • fortsatt
aanhouden (v) [inspanning] {n}
  • aangehouden
  • houdt aan
  • houden aan
  • hield aan
  • hielden aan
fortsätta (v) [inspanning]
  • fortsatt

Holländska Svenska översättingar

NL Synonymer för aanhouden SV Översättningar
vangen [arresteren] n megragad (v)
voortduren [duren] kitart (v)
blijven [aanblijven] tartózkodik
uitstellen [uitstellen] elhalaszt (v)